Nationale identiteit

Heel Nederland is nu in kaart gebracht.
We wilden zo graag nagaan wie we zijn.
Nu geldt er geen excuus of schone schijn,
je kunt nu weten wat er wordt verwacht.

Wij hechten aan de taal en oliebol,
aan koningsdag en de Elfstedentocht.
Aan onze vrijheid zijn we zeer verknocht
en fietsen een vierdaagse voor de lol.

We lijken allemaal wat op elkaar,
wat zuinig, nuchter en recht voor z’n raap.
We houden van een tolerant gebaar.

Is dat wel zo, mompelt een Drentse knaap,
ik ben gewrocht uit drank en turf, nietwaar?
En uit wat achterdocht, blaat zacht een schaap.

Bertus Beltman

Advertenties

Woodstock in Emmen

TPA, kroeg vol alternatieven, andere geuren,
flowerpower op z’n Drents, vrijgevochten,
waar van alles mocht en kon gebeuren,
waar jongeren naar nieuwe wegen zochten.

Vloeistofdia’s kleurden witte wanden,
spijbelpauzes vol schoolvluchtelingen,
ondergronds vrijen, dansen, swingen,
op de muziek van Blauws singles en banden.

Het is over, ’t is gedaan met navelstaren,
maar dat die tijd voor mij belangrijk was,
wil ik, langharige van toen, alsnog verklaren.

Al klinkt het superretro en wellicht al te kras:
Ik keek net in de spiegel, zag nog wilde haren.
Op de koffiebar, m’n leerschool, hef ik het glas.

© Eddie Zinnemers

Lieve Vriendin

Ik ken je al zo lang,
en je voelt altijd dichtbij
door alledag zit er meer tijd
dan afstand tussen jou en mij

Ik weet wie je bent geweest en wat je
van het leven had verwacht
maar ook wie je nu bent geworden
en dat geheel op eigen kracht

Ach, kon ik maar één middag
weer die zorgvrije tiener zijn
dan had ik je niet geappt dan
had ik je ‘letterlijk’ aan de lijn

Om te mijmeren over grote keuzes
waar we de vruchten van gingen plukken
zonder ons echt af te vragen of
het ook daadwerkelijk zou lukken

Straks ken ik je heel mijn leven
zijn we samen even grijs als wijs
trots dat wij durfden te duiken
in het volle leven met rimpels
en kraaienpootjes als bewijs

© Berendy Gähler
© http://www.gemeentedichteremmen.nl

Het zwoele avondlicht

Zachte ogen rusten
In mijn door zon overgoten blik

Als stralen
Van de zonsondergang mij doen staren

Verlichten je ogen

Vingers aaien elkaars handen
Verstrengeld
In het zwoele avondlicht

De vallende duisternis
Verborgen achter de bomen

Laat mijn adem stokken

Tintelende lippen

Het fluisteren van woorden

Een zoete aardbeiengeur kust mijn wang

Wachten op weerzien
Duurt te lang

Als onze schaduwen zelfs naar elkaar lachen


Anna Sophie Bakker

Biebboeken

Ik leende laatst ‘Marte Jacobs’ uit de bibliotheek.
Ik vond een met potlood geschreven datum pas
na een paar keer lezen. Het stond geschreven
aan de binnenkant van de kaft.
’13 april 1943,’ in de druk uit 2007.
Ik vroeg me af of het een vrijdag was geweest.
‘Het zevende transport van Sobibor
vertrok op 13 april 1943,’ wist internet.
Het was dinsdag.

Op bladzijde 81 vond ik een ezelsoor. Iemand
was daar ooit gestopt met lezen.
Logische plek in het verhaal, vond ik het.
Ik had het overwogen, maar las door terwijl ik
een drup thee op twee woorden morste.
Ik vroeg me af of de volgende lezer daar iets van zou vinden.

Eva Broekmann

Bladwijzer bij pagina 456

Je sluit het boek, je stopt met lezen.
Nog veertig pagina’s te gaan.
Waarom het boek toen dicht gedaan,
het werd toch hogelijk geprezen?

Ik lees waar jij bent opgehouden,
van wolken vlinders boven zee,
van pelgrims met een groots idee,
waarop zij blindelings vertrouwden.

Een meisje gaat de meute voor.
Zij voert een engel met zich mee
en loopt de woeste branding door.

Toeschouwers roepen ach en wee.
Met open geest volgt zij haar spoor.
Voor haar splijt straks de zee in twee.

Bertus Beltman

Voorlopig geen Nexit

We hebben weer gekozen,
het land is weer gecheckt.
In Holland bloeien rozen:
het Timmermanseffect.

Baudet baalt als een stekker,
de blanke coup ging mis.
Het zit hem echt niet lekker
dat ie niet de grootste is.

Tot de Britten deserteren
staat Wilders in de wacht.
Wil Holland isoleren,
het liefst uit alle macht.

Ach, u moet maar denken,
voorlopig geen Nexit.
Goedkoop in Duitsland tanken
en dat zonder douaneshit.

© Eddie Zinnemers

Op de grens

Met mijn ogen dicht hoor ik de wind van vleugels. Een engel vliegt voorbij, keert en landt over de sloot in een graslandje met paardenbloemen. Als ik mijn ogen open, wolkt het pluis hoog op. Een vlinder vecht zich vrij, fladdert zoekend rond, ontwijkt een mus die opvliegt met een pijpje stro. Zeven spreeuwen stuiven weg als een groepje kraaien overvliegt. Ik sluit opnieuw mijn ogen. Luister. Maar de engel is verdwenen, vervangen door alledaagse dingen zoals de afwas en wat ik straks zal koken.

© Peter Veen
© Stichting Gemeentedichter Emmen

Valwind is het nieuwe boek van Peter Veen met 100 zeer korte verhalen. Meer informatie via http://www.peterveen.nl/valwind

Voor de vaders…

Ik denk vaak aan de vaders
van wie de dochters
niet meer zijn thuisgekomen
omdat iemands zoon
haar leven heeft vernietigd
en afgenomen

Het vult mijn hart met woede
omdat je weet hoe het in Nederland gaat
als ouder heb je levenslang
maar hij, staat op een dag weer op straat

En als hij al twee derde moet zitten
dan is die straf niet groot
omdat hij in die periode
van een geheel verzorgd verblijf en
eigen kamer ‘uit veiligheid’ genoot

Ben ik de enige die dan denkt:

Laat de vaders van de dochters
het lot van deze demonen bepalen
want in alle eerlijkheid
valt voor hen via het systeem
geen recht te halen

Ik denk vaak aan de vader
van wie de dochter niet is thuisgekomen
en dan denk ik aan de moeder
wiens zoon haar het leven heeft afgenomen.

Berendy Gähler (2019)

Opgedroogde tranen

Als de dag valt, glip ik door je vingers
Strelend op de wind

Ademhalingen die ons samenbrengen
Onderbreken de stilte
Wanneer lange lege gangen verlaten lijken

Vrijheid kriebelt onder tenen
Zoekend naar een bodem om op te lopen

Een zucht van verdriet vult het landschap

Houd me vast

Lees mijn ogen met gedachten
Alsof de zachte eindeloze nacht
Mij toereikt

Scherpe nagels van buitenaf
Laten mijn huid bloeden

De dag huilen

Drijvend op de hoge golven
Verdrink ik in de zee
Van tranen in overvloed

Duw de zware lucht weg

Verdwijn in de door regendruppels
Mistige lucht

Van gemis

© Anna Sophie Bakker

Oranje tompoes

Hoe mooi toch is de koningsdag.
De rommelmarkten zijn dan vrij,
heel Nederland is reuze blij
en loopt met hoedjes en een vlag.

De koning deelt dan lintjes uit
aan nieuwe ridders zonder paarden,
die dienst verlenen zonder zwaarden.
‘t Wilhelmus klinkt dan overluid.

Het volk toont zijn gemeenschapszin
in Emmen, Amersfoort en Goes,
aan koning en aan koningin.

Republikeins geroezemoes?
Ertegenin! Ertegenin!
Red koningsdag, red de tompoes.

Bertus Beltman

Vijfenzestig

Lang zal ik leven,
lang zal ik leven,
lang zal ik leven in de gloria.

Tussen buffels, olifanten,
pythons, nijlpaarden, koedoes,
krokodillen, leeuwen, panters,
giraffen, luipaarden en gnoes.

Ver ga ik ’t vieren,
ver ga ik ’t vieren,
ver ga ik ‘t vieren in Lusakaka.

In het wildste wilde Wildlands,
word ik zonder groot bezwaar,
onder gezang van pin-tailed whydahs,
zomaar vijfenzestig jaar.

En ik hoop,
da ’k lang zal leven,
lang zal leven, in de gloria,
want ik heb niet overdreven,
’t is best mooi in Zambia.

© Eddie Zinnemers

Streetview

Gisteren ben ik gefilmd door Google Streetview, een blauwig-grijze auto met een grote camera erop. Heerlijk voelt het om geregistreerd te zijn. Mijn bestaan bewezen voor op zijn minst een aantal jaren. Dus als je kijkt, over een maand of twee, dan zie je mij, dan weet je dat ik echt besta!

Had ik het maar geweten. Ik had me opgedoft, mijn lippen laten fillen, de rimpels rond mijn ogen strakgetrokken met een crème, een leuker jasje aangedaan.

Had ik het maar geweten. Ik had naar je gelachen, gezwaaid misschien of je een handkus toegeworpen.

Maar ik wist van niks. Stond te wachten om de hoofdweg op te draaien, in mijn ongewassen witte auto, met mijn dagelijkse pet op mijn hoofd en een schiet-eens-op-blik in mijn ogen.

Vandaag sta ik opnieuw in mijn auto langs de hoofdweg. Een zondagse hoed en een vrolijke lach, de auto glimmend gewassen. Ik wacht en tuur de weg af. Google komt straks vast en zeker nog een keer voorbij.

©Peter Veen

De onderduikers

De onderduikers werden ’s avonds gebracht
er werd niet gepraat, er werd gezwegen
een echtpaar, die vader kende van de veemarkt,
later ‘oom Jan’ en ‘tante Lien’ geheten
had bij aankomst niet zoveel mensen verwacht
Wanneer je in stilte een rol moest spelen
was je als jonge meid op de fiets, doordrongen
van het nut van zwijgen, maar niet van de ernst
als je jong bent vrees je deze angsten niet
De geheime post ingeklemd tussen borst en kleren
briefjes in aardappelen, een nieuwe spijker op de balk
luchten in de middag, vluchten in de nacht
deze oorlog zou nemen, nemen en dapper leren
dat ook na de bevrijding de tijd niet wacht

© Berendy Gähler

Geschreven voor het project Streekgenoten: Stad, Streek en Trouw.
“Herinneringen van ooggetuigen uit Veenkoloniaal Groningen en Drenthe aan de Tweede Wereldoorlog.”

Het beetje zon

Het beetje zon

Ik telde vanmorgen drie sproetjes op mijn wang
een teken van te lang
met ogen dicht
door het voorjaarsweer in maart

voor het eerst word ik weer zichtbaar
in dit vroege voorjaar
kleurt de zon me een beetje in
ik geef de wind zijn zin
door met hem mee te waaien

ik aai de madeliefjes
die sinds kort mijn tuin verfraaien
loop met elf graden op blote voeten
door het zwarte zand te wroeten

ik telde vanmorgen acht sproetjes op mijn wang
het wachten duurde mij te lang
op dat beetje zon
waar het vroege voorjaarsweer begon

Eva Broekmann

Maskers in de kast

Het is zo gauw voorbij dat carnaval.
Het masker moet vandaag weer in de kast
en ik verkleed mij weer als aangepast.
Het paard is uit de gang en staat op stal.

De wereld deint nog steeds van voor naar achter,
een pieteroliekar staat langs de straat.
Men fluistert ook, dat Adam Eva slaat.
Een kater is vandaag de dorpsveldwachter.

De dansmariekes lopen uit de maat,
het feestorkest komt nu niet meer tot leven,
Prins Carnaval, alaaf, is uitgepraat.

Een vreemd en leeg gevoel bekruipt me even,
de roes waarin het feest mij achterlaat.
Ach was ik maar bij moeder thuisgebleven.

Bertus Beltman

Nachtwacht

Ik ging naar Emmen om de wacht te zien
en zag hem, Banninck Cocq, in ruwe lijnen,
nog onaf, wachtend op kleur en ‘t verfijnen,
baas van de schutters. Een minuut misschien

dat ik daar stond. In droomgedachten verzonken
zag ik mij fier, fanatiek, de trommel beroeren,
als vroeger, toen wij, Emmermeerse tamboeren,
in onze Keerpuntpakken ook liepen te pronken.

Het was de schilder, die met veel bravoure,
mij wees op het werk, dat met man en macht,
tot stand moest komen, voorwaar een toer.

Ik: “Dus ‘t komt niet klaar terwijl ik wacht?”
“Nee, maar kom nog eens”, zo sprak hij stoer,
“over een kwartaal of acht, dan is ’t volbracht”.

© Eddie Zinnemers

Smaakje

‘Koffie alsjeblieft.’
‘Welk smaakje wilt u, kardemom, geitenkaas, bramen of rundvlees?’
‘Heb je niet gewoon koffie?’
‘Nee, dit zijn onze smaakjes. Welke mag ik u brengen?’
‘Heb je dan misschien thee?’
‘Jazeker. Dan hebben we de smaakjes ginseng, bloedworst, zeezout en natte hond.’
‘Niet gewoon thee? Doe me dan maar een kopje warm water.’
‘Met bubbels?’

©Peter Veen

Onbelichte Delen

Wat werkelijk is
valt of staat
met het perspectief
dat u durft te geven
aan uzelf en een ander

Eén stap naar links of rechts
maakt u niet wispelturig
omdat het enkel lijkt
dat er niets is veranderd

Als iedereen en u niet uitgezonderd
zijn licht durft te laten schijnen
op de onbelichte en gevreesde delen
dan gaan we van ‘jij komt mij tegemoet’
naar ‘zullen we samen buiten spelen’

Berendy Gähler

Emmemoriam

Ontnomen woorden
Laten de stilte spreken
Wanneer ik mezelf verloren ben

Als zachte zonnestralen schijnen
In mijn door kou bevangen gezicht

Zie ik jou

Weerspiegeld in het donkere water
Vol dauwdruppels van verdriet

Als lucht gevuld met zorgen
Zweeft op de met zon doordrongen wind

Denk ik aan jou
Voor altijd in de lucht

Anna Sophie Bakker

Leeg huis

Met duizend draden nog gebonden
voor ‘t laatst alleen op deze plek:

De grenen keuken nog intact, al
hangt een deurtje scheef.

Daar is het plekje naast de haard
waar hij neusjes, tranen droogde.

Dan waagt zijn oog het te kijken naar
‘t witte vierkant aan een vergeelde muur
waar de foto, van het kind dat eeuwig
negen bleef, nu niet meer hangt.

Hij weet, ‘t is de hoogste tijd te gaan
maar nòg kan hij hier niet vandaan.

Plots valt door het hoge keukenraam
een streep licht voor zijn voeten neer.

Nog eenmaal speelt hij het kinderspel
uit een voorgoed gestold verleden en
springt in het licht, net als weleer.

© Geja Casu

Week van de poëzie

Eén week per jaar regeert de poëzie.
Dan staan we even stil bij de gedichten
en laten onze geest dan graag verlichten
door Vondel of moderne evenknie.

Wij duiken diep in rijmende gedachten,
of ritmische strapatsen zonder rijm,
verklaren voor ons zelf het diep geheim,
dat achter al die regels staat te wachten.

O, wat een vrijheid biedt de dichtkunst ons.
We toeren rond en fietsen zonder handen,
we mennen paarden als de postiljons.

We zien de zeeën en hun verre stranden,
we maken reizen zonder eindstations,
We kluiven, kauwen teksten zonder tanden.

Bertus Beltman

O.B. sien tas?

Zeg hé, A.J.,
da‘s kras,
is dit O.B. sien tas?
Nee J.C. , gij rare kikker,
O.B. sien tas is stukken dikker.

Sorry, ik dacht,
naar het schijnt,
heeft O.B. sien tas verkleind.
Dus volgens A.J. en nu ook J.C.
is deze tas niet van O.B.

Okay, A.J.,
valt af O.B.
Nou ja, valt af; het valt niet mee
Hij is te breed, behoorlijk zwaar.
Een dikke tas is dus niet raar.

A.J., ik stop,
ik heb geen tijd,
ik breng die tas wel naar “Ben Kwijt”.

© Eddie Zinnemers